Nieuws - PVDA Mortsel

Diftar op groente-, fruit en tuinafval: eerlijker voor wie?

Geschreven door PVDA Mortsel | 14 mei 2026

Het Mortselse stadsbestuur wil gewogen ophaling op groente- fruit- en tuinafval invoeren vanaf januari 2027. Het verdedigt de invoering van Diftar voor GFT met het argument dat het huidige systeem oneerlijk is: mensen in appartementen betalen mee voor de ophaling van het tuinafval van buren met een grote tuin. Met Diftar betaalt iedereen voor wat hij effectief produceert. “De vervuiler betaalt!” Rechtvaardig, toch?

Maar dit argument klopt niet. Het verstopt wat er écht verandert: wie nu al weinig GFT produceert zal straks méér betalen. Wie een tuin heeft, kan geleidelijk minder bijdragen aan de gemeenschappelijke rekening. Diftar voor GFT maakt het systeem niet eerlijker, het maakt het juist ongelijker.

Wat het stadsbestuur niet zegt over deze besparing

Het stadsbestuur verwacht dat Diftar de hoeveelheid GFT per inwoner doet dalen van 82 kg per persoon vandaag naar 65 kg in de toekomst. Gedragsverandering zou de totale kost voor de stad verminderen met 100.000 euro per jaar. Tegelijk zullen de Mortselaars via Diftar 160.000 euro meer gaan betalen dan in het systeem met de stickers. Samen maakt dat een verschil van ruim 260.000 euro per jaar.

De daling van 82 naar 65 kilogram kan maar op één manier gerealiseerd worden: mensen met een tuin moeten gaan composteren en hun tuinafval zelf naar het recyclagepark brengen. De verwachte besparing van 17 kilogram per inwoner zit vooral in die fractie.

Want wie in een woning woont zonder tuin, levert vaak uitsluitend keukenafval aan. Uit een studie van RDC Environment in opdracht van OVAM (2023) blijkt dat dit in stedelijk gebied gemiddeld 54 kilogram per persoon per jaar bedraagt. Er is vaak geen tuinafval om te verminderen en geen compostbak om etensresten in te stoppen. Voor wie in een appartement woont, valt er via gedragsverandering weinig te besparen. Het systeem verandert dan enkel de verpakking van de rekening en die rekening zal hoger zijn. 

Als de plannen van het stadsbestuur doorgaan, zal vanaf 2027 de GFT-ophaling bestaan uit drie kostencomponenten: een vaste maandelijkse servicekost, een bedrag per lediging en een bedrag per kilogram, met een vrijstelling van 10kg per persoon. IGEAN haalt GFT wekelijks op, het aantal ledigingen per jaar hangt af van hoe vaak je de container buiten zet.

Een doorrekening op basis van de voorgestelde tarieven toont dat wie aangewezen is op een GFT bak, de rekening altijd zal zien stijgen. En die rekeningen gaan maal twee, maal drie of maal vier. Of het nu gaat over de alleenstaande met een 25 liter container, een gezinnetje met een 40 liter container, of de mensen met een tuin, iedereen betaalt meer. Enkel: wie een tuin heeft en kan composteren en tuinafval afvoeren, kan de rekening gevoelig verlagen. De anderen niet.

Solidariteit op basis van inkomen, niet op basis van verbruik

Achter dit debat zit een diepere keuze: op welk principe baseer je solidariteit in een openbare dienst? Het huidige systeem is gebaseerd op inkomen. Wie meer verdient, draagt via zijn belastingen ook meer bij. Daar bovenop betaal je de sticker van je GFT-bak, volgens het gekozen volume. Diftar verschuift dat naar verbruik: wie meer GFT aanlevert, betaalt meer. Dat klinkt logisch, tot je beseft dat de hoeveelheid GFT die iemand aanlevert ook bepaald wordt door woonsituatie en mobiliteit en niet enkel door milieugedrag.

Alternatieven om de rekening te vermijden zijn immers inkomensafhankelijk. Om te composteren heb je een tuin nodig. Als mensen composteren dan kunnen ze ook ineens een groot deel van hun keukenafval verwerken en betalen ze niets of quasi niets meer voor de GFT-ophaling. Om tuinafval naar het recyclagepark te brengen heb je een auto of bakfiets nodig, en dan is het inleveren ook gratis. Die opties zijn structureel minder beschikbaar voor mensen met een lager inkomen, die vaker in kleinere huurwoningen wonen zonder buitenruimte. Zij hebben geen andere optie dan de volle pot te blijven betalen voor hun keukenafval.

Het resultaat is paradoxaal: het systeem dat beweert dat "de vervuiler betaalt", zorgt er in de praktijk voor dat wie kleiner woont (en vaak ook minder verdient), meer betaalt. Niet omdat hij meer vervuilt, maar omdat hij minder mogelijkheden heeft om de rekening te vermijden. Wie ruim woont en het vaak financieel breder heeft, kan zich dus van de rekening ontdoen door te composteren. De financiering van de publieke dienstverlening valt zo steeds meer op zwakkere schouders.

Het zijn geen technische aanpassingen, maar politieke keuzes die het leven in onze stad alsmaar duurder maken. Voor Mortselaars ging de waterfactuur al sterk omhoog, ging restafval omhoog en daar komt nu ook de energiecrisis bij. Voor mensen met een bescheiden inkomen hebben hakt dat er allemaal zwaar in. En daar komt deze Diftar weer eens bij.

Gevolgen die het stadsbestuur niet benoemt

Het stadsbestuur zegt dat gewogen ophaling en betaling per kilo moet leiden tot gedragsverandering: zelf composteren, tuinafval sorteren, zelf naar het recyclagepark komen. Maar er dreigen ook ongewenste gevolgen die het stadsbestuur niet benoemt, zoals meer sluikstort. Wanneer GFT een financiële kost krijgt, zal de verleiding groeien om ook dat afval elders te dumpen. Mortsel heeft op dit moment al een rattenplaag. Een “financiële prikkel” om minder GFT te bezorgen zal dat probleem niet kleiner maken. Daarnaast is het mogelijk dat mensen andere aankopen gaan doen. In plaats van verse groenten en fruit te gebruiken gaan ze misschien naar meer voorverpakte maaltijden gaan om de hoeveelheid GFT te verminderen, zoals het stadsbestuur vraagt. 

Een besparingsstrategie, geen milieubeleid

Diftar voor GFT is geen ecologische maatregel. Het is een besparingsoperatie waarbij het stadsbestuur haar GFT-rekening halveert door een rem te zetten op de inlevering en een groter stuk van de rekening door te schuiven naar de burger. Het vrijgekomen budget moet de stadsbegroting spijzen. Dat staat bovendien haaks op het Vlaamse milieubeleid: OVAM voert campagne met de slogan "Sorteren is doneren": elke kilogram GFT wordt omgezet in compost of groene energie via biogascentrales. Het diftar systeem zal het omgekeerde doen: minder GFT aanleveren.

Iedereen betaalt meer. Wie een tuin heeft, kan dat uiteindelijk vermijden. Wie geen tuin heeft en dat zijn doorgaans vaker mensen met kleinere woningen en lagere inkomens, heeft die keuze niet. De echte vraag is op welk principe je het milieubeleid baseert: is dat solidariteit of individuele verantwoordelijkheid. Op inkomen, zodat wie meer verdient ook meer bijdraagt, of op verbruik, zodat wie minder alternatieven heeft de zwaarste rekening krijgt. Dat is geen technische maatregel, maar een politieke keuze.

Bronnen: Stad Mortsel, voorstel invoering diftar GFT 2027 (tarieven en kostprijsprojectie, gemeenteraad); RDC Environment, "Separate collection of biowaste in Flanders" (studie in opdracht van OVAM, 2023) — keukenafvalproductie stedelijk gebied 54 kg/inwoner/jaar (Tabel 16), econometrische analyse diftar (hoofdstuk 6); OVAM, Lokaal Materialenplan 2023-2030;